Spelregels poolbiljart Gebruikte definities

 


9. Gebruikte definities



De volgende definities zijn van toepassing bij de spelregels.

9.1 Onderdelen van de tafel



Details over exacte afmetingen en plaatsing zijn terug te vinden in de WPA Equipment Specifications, op www.wpa-pool.com.
De tafel bestaat uit banden, een speelveld en pockets. De voetkant van de tafel is waar normaal gesproken de objectballen beginnen, de hoofdkant van de tafel is waar de cue ball normaal gesproken begint.
Het hoofdveld is het gedeelte van de tafel tussen de hoofdband en de hoofdlijn, waar de hoofdlijn zelf niet bij hoort.
De banden, bovenkant van de randen, pockets en achterkant van de pockets zijn onderdeel van de randen.
De vier standaardlijnen op het speelveld zijn:
(a) de lengteas, welke de tafel in de lengte in twee helften verdeeld
(b) de hoofdlijn, welke het kwart van de tafel vanaf de hoofdband begrenst
(c) de voetlijn, welke het kwart van de tafel vanaf de voetband begrenst
(d) de middenlijn, welke de tafel in de breedte in twee helften verdeeld

De banden kunnen achttien diamonds hebben, welke een kwart van de breedte en een achtste van de lengte van de tafel markeren, gemeten tussen de buitenkant van de banden.
Op het speelveld, het vlakke gedeelte van de tafel dat is bedekt met een laken, zijn de volgende markeringen aanwezig:
(a) de voetspot (het kruispunt van de lengteas en de voetlijn)
(b) de hoofdspot (het kruispunt van de lengteas en de hoofdlijn)
(c) de middenspot (het kruispunt van de lengteas en de middenlijn)
(d) de hoofdlijn
(e) de lengteas tussen de voetspot en de voetband
(f) de driehoeksmarkering

9.2 Shot



Een shot begint bij het contact tussen de pomerans van de keu en de cue ball, als gevolg van een voorwaartse stootbeweging van de keu. Een shot eindigt als geen enkele bal op tafel nog beweegt of spint. Een shot is legaal als de speler geen foul heeft gemaakt tijdens het shot.

9.3 Gepotte bal



Een bal is gepot indien hij het bal-terugloopsysteem inloopt of onder het speeloppervlak tot rust komt in een pocket. Wanneer twee ballen in de kaken van de pocket geklemd zitten, waarbij het middelpunt van één van de ballen zich niet meer op het speelveld bevindt, geldt deze als gepot (wanneer het verwijderen van de ene bal zou leiden tot het potten van de andere). Indien een bal tot rust komt in de buurt van een pocket, waarna hij ten minste vijf seconden stilligt, wordt deze beschouwd als niet gepot als hij later uit zichzelf alsnog in de pocket valt (zie ook 1.7 Uit zichzelf bewegende en zich nestelende ballen). Gedurende die vijf seconden moet de scheidsrechter erop toezien dat het volgende shot nog niet wordt gespeeld. Een objectbal die uit een pocket terugkomt op de tafel is niet gepot. Als de cue ball contact maakt met een reeds gepotte bal, zal de cue ball worden beschouwd als gepot, ongeacht of deze terugkeert op tafel of niet. De scheidsrechter zal reeds gepotte ballen uit (bijna) volle pockets verwijderen, maar het is de verantwoordelijkheid van de speler om erop toe te zien dat dit daadwerkelijk gebeurt.

9.4 Een band raken



Een bal wordt beschouwd een band te hebben geraakt indien hij niet vastligt aan de betreffende band en vervolgens contact maakt met die band. Een bal die voor het shot vastligt aan een band, wordt niet beschouwd met die band contact te hebben gemaakt, tenzij de bal de band verlaat en weer terugkeert. Een bal die wordt gepot of van tafel wordt gespeeld, wordt beschouwd een band te hebben geraakt. Een bal wordt beschouwd niet vast te liggen aan een band totdat een scheidsrechter of een speler dit aankondigt (zie ook bepaling 27. Callen van vastliggende ballen).

9.5 Bal van tafel af



Een bal wordt beschouwd als van tafel af gespeeld, indien hij op een andere plek eindigt dan op het speelveld, maar niet is gepot. Een bal wordt ook beschouwd van tafel af te zijn gespeeld, indien deze contact maakt met niet bij de tafel behorende objecten zoals bijvoorbeeld een lamp, krijtje of speler, waarna hij alsnog op het speelveld tot rust komt. Een bal die de bovenkant van de band raakt, wordt niet beschouwd als van tafel gespeeld, mits deze terugkeert op het speelveld of in een pocket.

9.6 Scratch



Een shot waarbij de witte bal wordt gepot, wordt een scratch genoemd.

9.7 Cue ball



De cue ball is de bal die door beide spelers wordt gebruikt als speelbal bij het spelen van een shot. Traditioneel gezien is de bal wit, maar deze kan gemarkeerd zijn met een logo of stippen.

9.8 Objectballen



De objectballen worden aangespeeld door de cue ball met normaal gesproken de bedoeling om deze in de pockets te doen belanden. Traditioneel gezien zijn ze genummerd van 1 tot en met 15, maar niet alle ballen worden bij elk spelsoort gebruikt. Kleuren en markeringen van de objectballen worden beschreven in de WPA Equipment Specifications.

9.9 Set



In sommige wedstrijden wordt de wedstrijd verdeeld in een aantal delen, welke sets worden genoemd. Hierbij moet een aantal gewonnen sets worden behaald om de wedstrijd te winnen. Voor elke set moet een aantal racks worden gewonnen.

9.10 Rack



Het rack is een groepeer-instrument, normaal gesproken een driehoek, welke wordt gebruikt om de objectballen klaar te leggen voor de openingsstoot bij een spel. Een rack refereert ook aan de groep ballen die klaargelegd zijn. De objectballen racken wil zeggen de objectballen groeperen met de driehoek. Een rack is ook dat gedeelte van een wedstrijd wat wordt gespeeld met één rack objectballen. Bij de meeste spelsoorten is een gewonnen rack één punt waard.

9.11 Break



Een break shot is de openingsstoot van een wedstrijd of rack, afhankelijk van het spelsoort. Deze vindt plaats wanneer de objectballen gerackt zijn en de cue ball vanuit het hoofdveld wordt gespeeld met de bedoeling het rack open te spelen.

9.12 Beurt



Een beurt eindigt zodra een speler mist, een foul maakt, eventueel een safety callt, op niet-legale wijze een bal pot of de winnende bal van het rack of de wedstrijd pot. Hierna begint de beurt van de tegenstander.
Bij sommige spelsoorten kan een speler kiezen niet naar de tafel te komen in situaties waarbij de beurt normaal gesproken wel naar hem zou gaan, waarbij de oorspronkelijke speler zijn beurt terugkrijgt (bijvoorbeeld push out bij Nine Ball).

9.13 Positie van de ballen



De positie van een bal wordt bepaald door het centrum van die bal op het speelveld te bepalen. Een bal wordt beschouwd op een lijn of een spot te liggen, als het midden van die bal direct boven die lijn of spot ligt.

9.14 Ballen respotten



Bij sommige spelsoorten worden objectballen teruggeplaatst op het speelveld zonder een nieuw rack te vormen. In dat geval worden zij ge-respot (zie 1.4 Ballen spotten).

9.15 Een positie herstellen



Indien de positie van de ballen op niet legale wijze wordt verstoord, kunnen de regels van het betreffende spelsoort eisen dat deze worden teruggeplaatst zoals ze lagen. De scheidsrechter zal de ballen zo nauwkeurig mogelijk op hun originele positie terugplaatsen.

9.16 Een jump shot



Een jump shot is een shot waarbij de cue ball over een blokkerend obstakel wordt gespeeld, zoals een objectbal of een gedeelte van een band. Of een dergelijk shot legaal is, hangt af van de uitvoering en de intentie van de speler. Normaal gesproken wordt een jump shot uitgevoerd door het optillen van de achterkant van de keu, waarbij de cue ball via het speelveld omhoog wordt gekaatst.

9.17 Safety shot



Een shot wordt beschouwd als safety shot indien het betreffende spelsoort een call shot spelsoort is en de speler de safety aankondigt aan de tegenstander of scheidsrechter alvorens het shot te spelen. De beurt gaat aan het einde van het shot naar de tegenstander.

9.18 Miscue



Een miscue komt voor bij het wegglijden van de pomerans van de cue ball, mogelijk als gevolg van een contact dat te veeleisend is voor de keu of wegens tekort aan krijt op de pomerans. De miscue kan worden herkend aan het snerpende geluid en achteraf door het gebrek aan krijt op een bepaald gedeelte van de pomerans. Hoewel bij sommige contacten bij miscues contact wordt gemaakt door de zijkant van de keu met de cue ball, kan dit alleen worden geconcludeerd indien dit duidelijk wordt gezien door de scheidsrechter, anders wordt dit behandeld als ‘niet gebeurd’. Een schepshot, waarbij de pomerans het speelveld en de cue ball tegelijk raakt, waarbij de cue ball los komt van het speelveld, wordt behandeld als miscue. Opzettelijke miscues worden behandeld in 7.16 Onsportief gedrag.

9.19 Begrippenlijst



Band (gedeelte van de rand) = Cushion

Binnenkant van de pocket = Pocket Liner

Contactpunt van de band = Nose of Cushion

Diamond = Diamond or Sight

Driehoeksmarkering = Outline of Triangle

Gemarkeerde gedeelte van de lengte-as = Part of Long String normally marked

Hoekpocket = Corner Pocket

Hoofdband = Head Rail

Hoofdlijn = Head String

Hoofdspot = Head Spot

Hoofdveld = Area Behind the Head String

Lange band = Side Rail

Lengte-as = Long String

Middenlijn = Center String

Middenpocket = Side Pocket

Middenspot = Center Spot

Rand (gedeelte van tafelconstructie) = Rail

Speelveld = Playing Surface

Toppunt van de driehoek = Apex of Triangle

Voetband = Foot Rail

Voetlijn = Foot String

Voetspot = Foot Spot